
Ik kom nog uit het tijdperk van de draaitelefoon. Het toestel dat zich op een vaste plek in het huis of op kantoor bevond. Pure nostalgie! Een meter bewegingsruimte, meer kreeg je niet. Huisgenoten of collega’s, ze luisterden mee, geen ontsnappen aan!
Als kind belde ik trots naar mijn neefje. Afspreken om te gaan spelen of zo. Ik deed dat helemaal zelf. Maar neefje kende ik goed.
En toen werd ik ouder, en moest ik al eens iemand anders bellen. De tandarts, de kapper, een collega,…. een ware opdracht!
Zwetende handen, hart bonzend in de keel, een maag als een rozijn. Het had me telkens weer te pakken! Ik bereidde het gesprek wel honderd keer voor. Maar hoe weet je wat een ander zal vertellen, of wie de telefoon zal opnemen? Vervloekte onvoorspelbaarheid!

Het zal dan ook niet verbazen dat mijn eerste werkplek, een studiedienst, een stille ruimte met vier collega’s een oord van angst en stress was. Mijn baas vroeg me af en toe om een belletje te doen. Voor een vierkoppig publiek! Het angstzweet brak me telkens opnieuw uit.
Ik vertoonde uitstelgedrag, al had dat weinig zin. Met bevende stem deed ik uiteindelijk trouw wat me gevraagd werd. Tot overmaat van ramp werd soms geantwoord in ’t Frans, een taal die ik toen slechts schools kende. Ik stamelde en stotterde, iedereen luisterde mee. Kommer en kwel. Wat voelde ik me klein! En dat allemaal voor een simpel telefoontje!

Maar ik hield me kranig, en ook al vond ik mezelf redelijk sullig, ik dééd het wel! De dappere jonkvrouw!
Met de jaren werd het bellen steeds minder angstaanjagend. Al doende leert men! Het wordt wellicht nooit mijn favoriete bezigheid.
En nu, met de komst van de smartphone is bellen nog slechts een marginale bezigheid geworden. Godzijdank voor SMS en WhatsApp!
Nog niet zolang geleden las ik over ‘belangst’. Een typisch autistisch trekje, zo blijkt. Had ik dàt toen geweten, het zou wellicht een belletje hebben doen rinkelen! 😉
📞

Een reactie achterlaten