
Zo dankbaar voor GPS. Wat mij betreft dé uitvinding van de vorige eeuw!
Want voordien was het best wel kommer en kwel. Herinner je je nog dat onhandig tienwerf gevouwen document, dat ingewikkeld web vol met wegen genaamd “de landkaart”? Welnu, de gave om mijn huidige positie daarop terug te vinden is mij niet toebedeeld. Of toch niet binnen een redelijke tijdspanne. Mijn weg ergens naartoe uitstippelen lukt nog net, maar die papieren route die zo logisch lijkt toepassen op de echte baan is pijnlijk moeilijk. Ben ik niks mee.
Een kaartanalfabeet of zo…
Vervelend als je ‘r alleen voorstaat en een afspraak niet mag missen. Want te laat komen is in mijn wereld geen optie … Stress is helaas mijn eeuwige metgezel.
Het gebeurde wel eens dat ik bij het zoeken van de weg telkens op hetzelfde punt belandde. Wegenwerken, de baarlijke duivel!
Of die keer dat ik na een avondje uit huiswaarts zou keren via de Brusselse Ring. Het was nacht, ik was niet dronken en moest maar enkele dorpen verder, een goed kwartiertje van huis. En ik had het maar niet in ’t snotje. Zat ik die Ring langs de andere richting af te rijden. Anderhalf uur onderweg! Je geraakt er wel, het is een ronde, maar erg trots ben je niet. Temeer daar de nikkel pas na een halfuur viel… Het is een feit: een held in oriënteren ben ik niet.
Gelukkig heb ik intussen een kaartvaardige partner. En al druist zijn richtingsgevoel vaak tegen het mijne in, hardleers heb ik geleerd hem beter gedwee te volgen. Hoe vaak stuurt mijn intuïtie me niet links terwijl hij rechts afslaat. Ik kan maar beter vertrouwen hebben.
En ja, zelfs als ik de weg al een keertje heb afgelegd kan ik me nog vergissen.
Intussen ben ik eerlijk gezegd een beetje oriëntatielui geworden. Ik laat Waze voor mij beslissen, al is die niet altijd zo duidelijk. Zo trakteer ik mezelf wel eens op meerdere ritjes als er op de rotonde geen “derde afslag” te bespeuren valt. Dan ben ik verloren, raak ik in de war en overstuur.
Maar niet alleen op de baan slaat mijn onvermogen tot oriënteren toe. Ook gebouwen kunnen behoorlijk mysterieus zijn. Ga ik in het restaurant naar ’t toilet, dan weet ik vaak niet meer welke deur me terugleidt en loop ik zo met rode kaken de keuken in. Ze zien er ook allemaal hetzelfde uit, de deuren, doorgaans. Uiteindelijk vind ik het wel, maar het wordt wel eens ongemakkelijk.
Hoog functionerend zeggen ze dan. Bazinga!
Nu blijkt zoiets wel een naam te hebben: ruimtelijke dyslexie.
Neen, ik heb ’t niet zo voor ’t ongekende. Geef mij maar mijn ouwe vertrouwde omgeving. Daar is ’t al moeilijk genoeg!

Een reactie achterlaten