Autiblog

Vrienden

Dat een persoon met autisme geen vrienden kan hebben is manifest onjuist, al loopt het misschien niet altijd van een leien dakje.

Als kind lukte het me niet zo goed om vrienden te maken. Ik had meestal wel één vriendinnetje, thuis, op onze vakantieplek aan zee, op school, …  Maar doorgaans hadden mijn ouders hier een rol in gespeeld door me in de goede richting te duwen. Alleen zou ik de stap naar een ander kind niet gezet hebben.

Bij het begin van de middelbare school verprutste ik een goede vriendschap. Vanaf dan had ik op school geen vrienden. Gelukkig was er mijn neef waar ik nog een tijdje op kon terugvallen, maar rond  het vierde middelbaar stond ik er plots alleen voor.

Het gevoel van eenzaamheid leerde ik dan ook kennen op school, toen ik tijdens de pauzes alleen op de wereld was. Ik stond aan de kant als een muurbloempje en wist me geen houding aan te meten. Ik voelde voortdurend minachtende blikken in mijn richting. Ik begreep niet waarom ik nergens aansluiting vond, maar voelde me bij niemand welkom. Ik ontwikkelde een groot minderwaardigheidscomplex met alle gevolgen van dien. Ooit vertel ik er nog over. Het waren helse jaren, de school was alvast geen veilige omgeving en ik vond mijn toevlucht nog enkel thuis, op mijn kamertje, alleen, met de muziek van Michael Jackson, mijn toenmalige steun en toeverlaat.

Later, in de sportclub – ik speelde een aantal jaren basketbal – werd het anders. Daar vormden we een team en elke schakel was belangrijk. Ook ik dus. Dat was een nieuw gegeven voor mij, want voor één keer hoorde ik erbij. Daar vormden zich de kiemen voor enkele vriendschappen die blijvend zouden blijken.

Later zette ik de stap naar het lokale jeugdhuis, waar ik jarenlang actief lid van was. Telkens met een bang hart, maar met een neef of nicht aan mijn zijde of een basketgenootje werd die stap uit de comfortzone mogelijk. Ik ben er hen nog steeds dankbaar voor. Ik leerde er wat vriendschap echt betekent. Plots waren er mensen rondom mij die me graag zagen. Die dingen voor mij of met mij wilden doen, zomaar. Ik kon het nauwelijks geloven, maar ik genoot van de aandacht en het leek wel even of ik een ‘normaal’ leven leidde.

Ook aan de universiteit en op het werk slaagde ik erin om een vriendschap op te bouwen. Ik telde op mijn vingers hoeveel “echte” vrienden ik had en was supertrots als ik mijn beide handen nodig had.

Maar die vriendschappen hadden ook een keerzijde. Want de energie die een vriendschap eist, die was er niet altijd. Er bleef immers de stress en de onzekerheid. “Zal alles goed verlopen? Zal ik geen verkeerde dingen zeggen? Wat gaan ze van mij denken?” Het blijft me nog steeds achtervolgen. En na elk sociaal event de vele vragen, “heb ik niks verkeerd gezegd?”, ”vertelde ik geen domme dingen?”, “waarom lachte persoon x?”. Vaak overloop ik de gesprekken nog eens om me te vergewissen. Want ik zeg al wel eens iets lomps, iets dat de toehoorder niet leuk vindt.

Het is soms zodanig belastend dat ik over de jaren heen vrienden, vooral diegene die zich buiten mijn geografische comfortzone bevinden, onbewust verwaarloosd heb (het maken van verre autoritten was immers op zich al een stressfactor). Dat is een schande en dat verdienen ze niet, maar vroeg of laat hoop ik de draad met hen opnieuw op te pikken. Mijn oprechte excuses aan al wie zich aangesproken voelt.

Wat de locatie betreft spreek ik het liefst af op een ‘neutrale’ plaats in de buurt. Niet bij mij thuis, dat voelt immers aan als een inbreuk op mijn privésfeer, noch bij hen thuis, want dan voel ik me een indringer in hun heiligdom. Het is zeker niet dat ze niet welkom zijn bij mij, maar een cafeetje of een eethuis biedt me net wat meer comfort en veiligheid.  

Het lijkt nu wel alsof het een lijdensweg is (en dat is het ook een beetje), maar eigenlijk doet het telkens opnieuw deugd, de uitjes met de vrienden! Wat ben ik ze dankbaar, ze betekenen zo veel voor me. Ze accepteren me zoals ik ben, ook als ik telkens weer de plaats van het volgende verrassingsetentje weet te achterhalen (beschamend, maar anders is het echt niet leuk), of als ik weer een tijd niet meer van mij laat horen of als ik weer eens de sociale regels op een klunzige manier overtrad. Ik koester mijn maatjes! Wat ben ik gezegend, ik bof en ik besef het!

Beste vrienden van toen, nu en straks: laat me niet los, ik hou van jullie!

Eén reactie op “Vrienden”

  1. Marian Pay avatar
    Marian Pay

    Amai Hilde, zo schoon gezegd.
    En ook zo vele dingen die ik ook herken, de struggle in het humaniora, er niet bij horen. Bij mij ging het nog een stapje verder, mij sloten ze uit en gingen ze over tot echt pesten, zo ver dat zelfs ik klappen uitgedeeld heb.
    Maar de tijd bij den basket waren leuke tijden. Ook al konden we niet veel overwinningen op het veld vieren, we lieten het niet aan ons hartje komen en vonden ons plezier nadien in het jeugdhuis.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *